hospice acacia
  • Redactie
  • Blog
  • Geen reacties

Eerbetoon

Longarts Sander de Hosson schrijft een ode aan de thuiszorgmedewerkers die dagelijks palliatieve terminale zorg verlenen. Het beeld dat De Hosson schetst is ongetwijfeld herkenbaar bij alle collega’s in de zorg. Een eerbetoon om te delen.

Fantastisch (een ode)

Bij de deur keert ze zich nog eenmaal om en fluistert: “Dat was het dan,” als ze mijn hand voor de laatste keer vastpakt en ik slik omdat ik weet dat mijn rol nu definitief uitgespeeld is.

Op uitnodiging van een thuiszorgverpleegkundige, rijd ik aan het einde van een koude vrijdagmiddag mijn comfortzone uit en het dorp van een patiënte in. Ze is achter in de vijftig en getroffen door longkanker, met al vele uitzaaiingen op het moment dat ik haar voor het eerst de hand schudde. De eerste chemotherapie is een complete voltreffer. Er is een enorme afname van het gezwel. We volgen een traject met maanden hoopgevend succes, de tumor blijft klein. Hierdoor wint ze een zeker vertrouwen op een nog veel langer resultaat dat ik zo nadrukkelijk meebeleef. Er volgt diepgang in onze relatie, we leren elkaar beter kennen. Het klikt. Ze vertelt me over alles wat haar belangrijk is. Haar echtgenoot, die steeds zo bang is, haar kinderen die haar zo steunen. Haar vurige wens op kwaliteit van leven. Haar gekmakende angst om dood te gaan. Maar ook humor, herkenning. Ik raak gesteld op haar. Blij zijn we als na dat behandelsalvo en een eerste vroege controle we besluiten elkaar pas weer over drie maanden te zien. Opgetogen zwiert ze mijn kamer uit, de herfst in. Tot ze me belt, zes weken later en vertelt dat ze weer zo moe is. Dat het niet gaat, dat ze het niet trekt. En dan, na enkele dagen van onmeetbare spanning volgt het trieste bericht dat alles toch weer anders maakt.

Er zijn nieuwe uitzaaiingen, nog veel meer dan er al waren en de tumor is groter dan ooit tevoren. Na de climax van de uitslag geeft ze betraand haar voorbereide overgave. Ondanks mijn ervaring op dit vlak, snoert het me nu ook diep als ze het zegt. “Ik wil niet meer. Niet nog een keer.”

Ze wil praten. Over haar angst thuis dood te gaan. Het dubbele gevoel dat er bestaat: dat er niemand is die voor haar zorgt als ze ernstig benauwd is. Over haar man die dat dan allemaal moet zien. De kinderen die dat moeten zien. Als ik haar wijs op de mogelijkheid van palliatieve terminale thuiszorg, schept dat geen rust. Ze verhaalt over haar verlies in regie met het oog op het huishouden. De angst om alles uit handen te geven. Dat verpleegkundige en medische ‘insluipers’ de regie voeren op een van de meest intieme momenten en plekken in haar leven, in de laatste dagen van haar leven. Ik probeer haar te overtuigen van het tegendeel. Als ik haar vertel over de palliatieve terminale thuiszorg. over de mogelijkheden die thuiszorg biedt op medisch vlak of eigenlijk nog beter: op menselijk vlak, lijk ik haar te overtuigen. Precies op dat moment, besef ik dat het volstrekt eigenaardig is, dat ik dat heel vaak vertel, terwijl ik nog nooit een dergelijk sterfbed thuis heb meegemaakt. Ik praat er zo makkelijk over, terwijl ik het niet ken. Ik vertel haar dat in alle eerlijkheid, welke ze waardeert.

Bij de deur keert ze zich nog eenmaal om en fluistert: “Dat was het dan,” als ze mijn hand voor de laatste keer vastpakt en ik slik omdat ik weet dat mijn rol nu definitief uitgespeeld is.

Lees hier de rest van deze ontroerende blog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *